De man met het grote hoofd in de zomer

Op een van die buitengewoon zachte dagen in juni, liep ik op een zondagmorgen door het park in Mokum. Het was nog heel vroeg, want dan is het op zijn mooist.

De sluiers ochtendnevel waren aan het scheuren en flarden zon wisten me met steeds meer kracht te bereiken. Vervolgens is het net of je andermaal ontwaakt en de nachtneveldeken van je af laat smelten.

Ik wandelde helemaal door naar de Vossius, omdat daar bijna bij het eindpunt, wist ik staat een bankje op een open locatie en naar mijn idee precies in de zon. Mijn passen versnelden zich, want dat vooruitzicht trok mij wel aan. Aankomend om de bocht van het paadje bleef ik beduusd en een beetje teleurgesteld staan.

Het bankje was bezet.

Een bejaarde man van bij benadering zeventig jaar zat er op met aan de ene kant naast zich een bruine gleufhoed en aan de andere kant een bouquet bloemen. Let wel, het was half acht op een zondagochtend en mijn bankje was bezet.
opzet zonnebril
Een windstil zonlicht speelde over zijn kaalhoofdige vierkante schedel. Hij was in het bezit van een groot hoofd, een heel groot hoofd. Een kanjer van een harses. Zijn hoedenmaat zou wel eens maat fietstas kunnen zijn. Hij zat voorover, met de ellebogen op zijn knieen.

Gedachteloos ging ik op de nog resterende vrije bankruimte plaatsnemen.

Hij draaide even de kop naar me toe en automatisch schoof zijn hand de bos bloemen dichter naar zichzelf toe. Was hij bang, dat ik er op zou gaan zitten, of dat ik ze zou wegkapen of wilde hij plaats maken, zodat ik erbij kon gaan zitten? Zijn hand bleef in ieder geval op de mooi uitzienderuikers liggen. Roze roosjes met wat Gipskruid

Hij staarde me aan en het was overduidelijk dat alcohol een grote kameraad van hem was.

Die rozen zijn voor mijn dochter zei hij.

"Fijn," zei ik," bloemen."

"Die woont hiero achter," Een afgebrokkelde duimnagel wees over zijn schouder waar hij bedoelde.

"Is ze jarig?" vroeg ik.

Hij staarde me opnieuw aan en trok zijn wenkbrauw omhoog. "Wie?," vroeg hij.

"Je dochter," zei ik.

"Nee," klonk het schor en slepend," Neen, die is niet jarig '.

Hij zweeg en met zijn grote kop keek die weer naar de grond.

"Nee,…..die is niet jarig," herhaalde hij en zuchtte.

Er was blijkbaar iets aan de handHij zat ergens mee, dat was wel te zien en er groeide nieuwsgierigheid in mij, echter om niet nieuwsgierig te lijken stelde ik verder geen vragen.

"Die blomme benne nog voor veertien dagen terug..," begon hij, "ja kijk, je denkt welderis, nou benne ze groot en kenne ze voor dr eigen zorgen maar nee hoor, pa mot nog regelmatig helpen. Paps ken je de wasbak effe make, vader de deur klemt zo of Frans z'n brommer is kapot."

Hij zweeg en staarde mistroostig naar de kiezeltjes tussen zijn voeten.

Ik voelde, dat ik wat moest zeggen en dus zei ik:"Ja, ik heb zelf ook een....."

"Een klootzak is het en anders niet, met z'n politiek," was hij mij voor.

Nu brandde ik wel van nieuwsgierigheid. "Politiek?" vroeg ik.

"Politiek, ja," zei hij, "politiek. Een eigen partij heb-ie gesticht, de GUA-partij. GUA.," herhaalde hij met klem of het een vies woord gold.

"Met nog een zootje andere lapzwansen uit de buurt. GUA dat staat voor Geweld-Uit-Amsterdam. Hoe haal je 't in je paardenkop. Geweld uit Amsterdam. Nou voor 14 dagen terug heb-ie geweten, wat het betekent. Heb-ie van mij een soejang voor z'n kanis gekregen, dat-ie twee dagen suizebolde...de hufter."

Hij ging achterover zitten tegen de leuning en een hemelse glimlach verscheen op zijn door en door gerimpelde gezicht. Hij zette zijn bril af en plaatste daar een opzet zonnebril op. Het zonnetje werd feitelijk wat feller. Ik zette ook mijn zonnebril op.

"Kom ik voor veertien dagen terug bij ze, want de kledingstandaard lag van de muur, ken die stumper zelf niet vastzetten. 't Zonnetje scheen en het was zaterdag, dan ga ik vooreerst steevast effe neuten bij de Schep, weet je niet, van Jopie. (verder lezen) Bij de Schep dus. Okee, ik was er een paar over m'n taks. Kom ik bij m'n kleine meisje, tenminste dat dacht ik, staat de deur op een kier. Ik loop de kamer in en zien ik de schuifdeuren van het balkon openstaan. En wat denk je dat ik zie?? Nou?"

Ik haalde de schouders op.

"Legt er een vreemd wijf met blote tieten op het balkon en lulletje zit ernaast met een glas bier in zijn hand. Wordt het me daar toch rood voor de ogen, omdat als je aan mijn dochter komt, dan kom je aan mij. Hij staat op en loopt zo op me af . Zegt nog Dag Paps tegen me..... Ik ben je Paps niet meer, zeg ik tegen hem en geef hem zo terstond een kneiter voor zijn harses, dat de klokken begonnen te luiden."

Met zijn rechterhand zwaaide hij de vuist weer voor zich uit, als een reprise van de daad. Zijn stem was aangezwollen tot de echte ruziestem.

Hij liet zijn hand zakken in zijn schoot en zuchtte diep.
"Staat in-ene m'n dochter achter me, geeft een gil en grijpt me bij m'n schouders en trekt me zo het halletje in, want die jongedame is sterk hoor. Dat heb ze van d'r paps. Voor ik het weet sta ik buiten en wordt de deur dichtgeslagen. Door het raampie roept ze tegen me, dat ik d'r niet meer bij haar in mag komen."

Hij haalde diep adem en blies de lucht met bolle wangen sissend weer uit.
"Heb ik een ruikertje voor d'r gekocht om het goed te maken. Ik denk wel dat ze't aanneemt. Die ken toch ook niet zonder d'r paps. Ja, op welke manier kon ik nou beseffen, dat het z'n zus was?'"

Hij stond op en zei:" Ik ga eens zien of ze al uitgeslapen zijn. Tabee makker."

Comments on “De man met het grote hoofd in de zomer”

Leave a Reply

Gravatar